Een paar voorbeelden.
| Je wilt van: |
|
Naar:
|
| Ik ben erg kritisch naar mezelf. |
|
Ik ben trots op wie ik ben en wat ik doe.
|
| Ik twijfel aan mijn capaciteiten. |
|
Ik heb meer in mijn mars en ga ervoor. |
| Ik ben onzeker en twijfel. |
|
Ik heb vertrouwen en beslis. |
| Ik weet niet wat ik wil. |
| Ik weet wat ik wil en doe het. |
| Ik ben te meegaand en geef mijn grens niet aan. |
|
Ik durf 'nee' te zeggen en voel mijn grens op tijd. |
| Ik pieker veel. |
| Ik ervaar rust en ruimte in mijn hoofd. |
| Ik ga maar door. |
|
Ik rust op tijd en heb meer energie. |
| Ik kan me moeilijk kwetsbaar opstellen. |
|
Ik ben meer mezelf. Kwetsbaarheid is kracht. |
Ik ben verlegen. |
|
Ik laat me zien en horen. |